Mijlpaal 1 Zuidzijde

Limes

De Romeinen waren oorspronkelijk van plan heel Germania – dus ook het gedeelte aan de rechteroever van de Rijn – te veroveren. Julius Caesar voerde in 55 v. Chr. al een eerste strafexpeditie uit. Verschillende keizers na hem poogden de stammen onder hun bewind te brengen, maar leden keer op keer een nederlaag. Zo wilde keizer Augustus (63 – 14 n. Chr.) het Romeinse Rijk uitbreiden tot aan de Elbe, maar in 9 n. Chr. versloegen de Germanen drie volledige Romeinse legioenen in Kalkriese vlakbij het Teutoburgerwoud in Duitsland. Er sneuvelden achttienduizend soldaten. Deze zogenaamde Varusslag kwamen de Romeinen nooit te boven. Wel voerden de Romeinen in 16 n. Chr. nog een strafexpeditie uit waarbij ze de Germaanse coalitie onder leiding van Arminius vernietigend versloegen. Maar ze besloten definitief af te zien van verdere veroveringsplannen en een verdedigingslinie langs de Rijn aan te leggen: de Limes. Deze verdedigingslinie is vanaf het midden van de eerste tot en met de derde eeuw uitgebouwd van de Atlantische kust tot aan de Zwarte Zee. 

Het beroemdste deel van de Limes vinden we in Engeland. Daar legde keizer Hadrianus (76 – 138) in de tweede eeuw een verdediging aan die de Romeinen moest beschermen tegen invallen van de Picten.

Deze zogenaamde muur van Hadrianus (afbeelding 1) bestond uit een stenen muur van ruim 117 kilometer, bestaande uit negenentachtig kleine forten, honderdachtenvijftig wachttorens en een aantal grote forten (castella). De bouw duurde van 122 – 128. Dertig jaar later legde zijn opvolger Antoninus Pius (138 – 161) kilometer noordelijker nog een aarden verdedigingswal van ongeveer zestig kilometer aan.

Afbeelding 1. Een deel van de muur van Hadrianus

Het Nederlandse gedeelte van de Limes was onderdeel van wat tegenwoordig de Neder-Germaanse Limes (afbeelding 2) heet en zich uitstrekte van Katwijk tot net voorbij Bonn. Rond 50 n. Chr. waren in Nijmegen, Xanten, Keulen en Bonn legioenen gelegerd en langs de gehele linie lagen tientallen forten, die kleinere eenheden huisvestten. Bij De Meern (provincie Utrecht) is zo’n fort gereconstrueerd en daar wordt een gerestaureerde Romeinse platbodem geëxposeerd (afbeelding 3). De Neder-Germaanse Limes was immers niet alleen een verdedigingslinie, maar ook een manier om de scheepvaart op de Rijn veilig te kunnen uitoefenen. 

Over de Maas en de Rijn werden de verschillende legioenen van graan voorzien. Dat graan werd ingevoerd vanuit Engeland en het achterland van de Limes.

Afbeelding 2. De Neder-Germaanse Limes.

De forten fungeerden ook als grensposten waarlangs handel gedreven werd met de Germanen en de Friezen. Bij Katwijk lag de Romeinse vesting Brittenburg, waar de Romeinen een zeehaven aangelegd hebben. Vanuit deze haven bestreed de Romeinse marine piraten die de Noordzee onveilig maakten en konden ze troepen die in Engeland gelegerd waren, verversen.

Afbeelding 3. De gerestaureerde platbodem in De Meern